Jaarverantwoording zorg: moet jij aanleveren als kleine aanbieder?
Je hebt een brief gehad, of je hoorde het van een collega: zorgaanbieders moeten jaarlijks een openbare jaarverantwoording aanleveren. De officiële sites leggen keurig uit wat de regeling is, maar niet wat het voor jou betekent als je met twee of drie mensen werkt. Deze gids beantwoordt de drie vragen waar het om gaat: val ik eronder, wat moet ik aanleveren en wanneer.
De hoofdregel is breed, de uitzonderingen zijn smal
Er zijn twee routes naar de plicht. Lever je zorg die onder de Wet marktordening gezondheidszorg valt (Zvw of Wlz, ook als onderaannemer), dan geldt de Wmg-jaarverantwoording. Lever je jeugdhulp onder de Jeugdwet, dan geldt de jaarverantwoording voor jeugdhulpaanbieders. Doe je beide, dan verantwoord je als combinatie-instelling in één keer. De rechtsvorm maakt niet uit: ook een eenmanszaak of vof met personeel valt eronder.
Zelfstandigen zonder personeel die persoonlijk zorg verlenen en daarbij geen andere zorgverleners inschakelen, vallen buiten de plicht. Voor jeugdhulp geldt dezelfde lijn: alleen solistisch werkende jeugdhulpverleners zijn uitgezonderd. Schakel je wel eens een collega of onderaannemer in, dan ben je geen solist meer.
Aanbieders die alleen zorg leveren die vanuit de Wmo wordt gefinancierd, zijn uitgezonderd van de Wmg-jaarverantwoording. Let op het woord uitsluitend: combineer je Wmo met Zvw, Wlz of jeugdhulp, dan geldt de plicht wel.
Individuele maten en vennoten die zorg verlenen vanuit hun maatschap of vennootschap verantwoorden niet zelf: de maatschap of vennootschap doet dat. Werk je als franchise of onderaannemer onder een grotere aanbieder, check dan wie van jullie twee de verantwoordingsplichtige entiteit is.
Dit geldt dus ook voor zorgboerderijen met een jeugd-, Wlz- of Zvw-tak; alleen wie uitsluitend Wmo-dagbesteding levert, valt erbuiten. Dat het daar knelt is meetbaar: een vakblad voor accountants meldde begin 2026 dat 20 procent van de zorgboeren de stukken over boekjaar 2024 te laat inleverde. Een sectorkeurmerk zoals Kwaliteit laat je zien vervangt de jaarverantwoording niet; zie de keurmerk-kostengids voor hoe die twee zich verhouden.
Drie onderdelen, via DigiMV
De jaarverantwoording bestaat voor kleine aanbieders uit drie onderdelen, en je dient alles in via het aanleverportaal DigiMV. Wat je invult wordt daarna openbaar gepubliceerd.
Vragen over je organisatie: identiteit, bestuur, personeel, bedrijfsvoering en cliënten. De meeste antwoorden worden openbaar en zijn voor iedereen in te zien, ook voor gemeenten en journalisten.
Wat je precies aanlevert hangt af van je rechtsvorm (eenmanszaak, vof of maatschap, bv of stichting) en je omvang. Voor kleine aanbieders is dat een balans en resultatenrekening, geen volledig jaarverslag.
Een verklaring dat je de gegevens naar waarheid hebt ingevuld. Micro-zorgaanbieders hoeven geen accountantsverklaring aan te leveren; bij grotere organisaties hangt het type verklaring af van je omvang.
Voor de kleinste organisaties bestaat sinds boekjaar 2025 het regime van de micro-zorgaanbieder: voldoe je twee opeenvolgende boekjaren aan minstens twee van de drie criteria (balanstotaal maximaal 450.000 euro, netto-omzet maximaal 900.000 euro, minder dan 10 fte in loondienst), dan lever je een vereenvoudigde financiële verantwoording aan en is een accountantsverklaring niet nodig. Vrijwel elk gezinshuis en elke kleine jeugdhulp- of zorgaanbieder valt hierbinnen.
Elk jaar uiterlijk 31 mei
De deadline is elk jaar dezelfde: uiterlijk 31 mei lever je de verantwoording over het voorafgaande boekjaar aan. Boekjaar 2025 moest dus vóór 1 juni 2026 binnen zijn, boekjaar 2026 moet vóór 1 juni 2027 binnen zijn. Die vaste datum is meteen de valkuil: de gegevens die je in mei nodig hebt (incidenten, klachten, personeelsmutaties, cliëntaantallen) gaan over het hele jaar daarvoor. Wie pas in april begint met verzamelen, is te laat begonnen in januari van het jaar ervoor.
Voor jeugdhulpaanbieders verandert er de komende jaren bovendien het nodige aan het regime rond de verantwoording en de regionale inkoop. Wat er per 2027 op je afkomt staat in de gids over de openbare jaarverantwoording Jeugdwet 2027.
Handhaving is belegd, niet hypothetisch
Lever je niet op tijd, onvolledig of onjuist aan, dan kan de NZa bestuurlijk handhaven; voor jeugdhulpaanbieders houdt de IGJ toezicht op de naleving. De precieze instrumenten en bedragen staan in de handhavingsbeleidsregels van de NZa. Minstens zo belangrijk voor een kleine aanbieder: je verantwoording is openbaar, dus gemeenten en samenwerkingspartners kunnen zien of je hebt aangeleverd. Een ontbrekende jaarverantwoording is bij inkoop en contractverlenging een slechter visitekaartje dan welke boete ook.
Geen piek in mei, maar bijhouden het hele jaar
De vragenlijst vraagt niets geks: wie bestuurt de organisatie, hoeveel mensen werken er, hoeveel cliënten had je, wat ging er mis en wat deed je eraan. Precies de registraties die een werkend kwaliteitssysteem toch al bijhoudt. Wie incidenten, klachten, personeelsdossiers en evaluaties het hele jaar op één plek vastlegt, vult de vragenlijst in een middag in. Wie alles in mei uit mails en mappen moet reconstrueren, is er dagen mee kwijt en levert wankele cijfers aan die openbaar worden. Voor jeugdhulpaanbieders is dat bijhouden precies waar ISO Assist voor jeugdhulp voor is gebouwd, inclusief de registraties waar de jaarverantwoording om vraagt.
Conclusie
De jaarverantwoordingsplicht is de norm, niet de uitzondering: alleen echte solisten en uitsluitend-Wmo-aanbieders blijven erbuiten. Voor een kleine aanbieder is het regime bewust licht gehouden (micro-regime, geen accountantsverklaring), maar de deadline van 31 mei is hard en de gegevens zijn openbaar. Behandel de jaarverantwoording daarom niet als een formulier in mei, maar als het jaarlijkse eindpunt van registraties die je toch al zou moeten bijhouden. Dan is aanleveren geen project maar een afvinkmoment.