Terug naar alle gidsen
9 min lezen·Bijgewerkt 2 augustus 2026

Hoe verloopt een externe audit?

Het spannendste aan een audit is meestal niet de audit zelf, maar dat niemand je van tevoren vertelt wat er gaat gebeuren. Hieronder staat het gewoon op een rij: wanneer je wat moet aanleveren, hoe zo'n gesprek verloopt, welke papieren op tafel komen en hoeveel tijd je krijgt om op bevindingen te reageren.

Waar deze termijnen vandaan komen. Uit drie voorlichtingsbladen van het Keurmerkinstituut over systeemaudits. Dat is de instelling die onder meer Keurmerk Gezinshuizen toetst. Werk je met een andere certificerende instelling, dan gelden hun eigen termijnen; de opbouw is vrijwel overal hetzelfde, de exacte weken kunnen verschillen. Vraag ze op voordat je gaat plannen. De volledige bronvermelding staat onderaan.

Wat er gebeurt voordat de auditor komt

De audit begint maanden voor de dag zelf. Ongeveer drie maanden voor de eerste auditdag vraagt de certificerende instelling de informatie op die het auditteam nodig heeft om zich voor te bereiden. In het algemeen moet die informatie twee maanden voor de eerste auditdag binnen zijn. Is er één stuk dat je nog niet af hebt, dan mag dat vaak worden nagestuurd, bijvoorbeeld als het nog in conceptvorm is. Vraag daar wel om, ga er niet stilzwijgend vanuit.

Lever je iets aan dat niet elektronisch is, op papier of op een stick, dan moet je dat in evenveel exemplaren aanleveren als er teamleden zijn. Voor een gezinshuis is dat meestal één auditor, maar check het.

Ongeveer drie weken voor elke auditdag krijg je de voorgenomen agenda. Daar staat in wanneer de auditor met wie wil praten, en bij welke normparagrafen dat hoort. Dat maakt de agenda het beste voorbereidingsdocument dat je krijgt: je ziet precies welke onderwerpen aan bod komen. Staat er iets op dat niet of moeilijk uitvoerbaar is, bijvoorbeeld omdat je medewerker die dag vrij is of een jeugdige die ochtend naar school moet worden gebracht, dan meld je dat per omgaande. Niet de dag ervoor.

Termijnen missen is niet gratis. Het overschrijden van een reactietermijn kan gevolgen hebben voor het vervolg van de audit en voor de kosten. Ook het onverwacht afzeggen van een geplande auditdag valt onder de voorwaarden van je certificerende instelling. Zet de data dus meteen in je agenda zodra je ze hebt.

Duurt je audit meer dan één dag, dan zit er bij een eerste certificering en bij de driejaarlijkse herbeoordeling minimaal drie weken tussen de eerste en de volgende auditdag. Dat is bewust zo: je kunt de verbeteracties van dag één dan al oppakken en laten beoordelen. Bij een eendaagse audit, wat voor een gezinshuis het gewone scenario is, geldt dat niet.

De auditdag zelf

Voordat de auditor met jou of je medewerker praat, heeft hij al uitgebreid met de leiding gesproken en zich verdiept in je handboek, je procedures en de andere documenten die voor zijn oordeel van belang zijn. Daarna gaat hij één ding onderzoeken: komt de feitelijke gang van zaken overeen met de manier waarop je hem hebt beschreven. Daarvoor vraagt hij inzage in verslagen van overleg, in rapporten en in registraties, en daarvoor praat hij met de mensen die het werk doen. Wie hij wil spreken, laat hij ruim van tevoren weten.

Hoe een interview verloopt

De auditor wil weten hoe het echt gaat in het deel van het werk waar jij mee te maken hebt. Je wordt niet overhoord, en foute antwoorden bestaan eigenlijk niet. Wel kan het gebeuren dat je even iets niet weet of je vergist. Om te voorkomen dat je daarmee het beeld van de audit verstoort, mag je altijd iets opzoeken in je handboek of procedures. Doe dat ook gewoon.

Je mag iemand naast je hebben zitten. Je mag je laten bijstaan door een collega of een adviseur. Die persoon mag niet in jouw plaats antwoorden, maar wel helpen om een vraag beter te begrijpen en vergissingen voorkomen. Voor een gezinshuisouder die er alleen voor staat is dat prettig om te weten: je partner of je interne auditor mag erbij zitten.

Het komt regelmatig voor dat iemand niet zijn hele verhaal kwijt kan, of dat de auditor meer of juist minder tijd aan een functionaris besteedt dan op de agenda stond. Dat komt doordat hij in eerdere gesprekken al genoeg heeft gehoord, of juist te weinig, of doordat de taken binnen de organisatie anders verdeeld zijn dan hij dacht toen het programma werd opgesteld. In een gezinshuis is dat laatste bijna de regel: één persoon is tegelijk directeur, kwaliteitsfunctionaris, personeelszaken en begeleider. Zeg dat gerust hardop aan het begin van de dag, dan hoeft de auditor het niet zelf te ontdekken.

Wat de auditor kan opvragen

Tijdens de interviews zoekt het auditteam naar bewijs dat je systeem aan de norm voldoet, geschikt is voor de wet- en regelgeving en werkt in de praktijk. Om de dag soepel te laten verlopen, is het belangrijk dat documenten en registraties makkelijk te vinden zijn. Dit zijn de stukken waar in elk interview naar gevraagd kan worden. De lijst is niet uitputtend en de namen die jij gebruikt kunnen anders zijn.

  • Verslagen van overlegvormen
  • Klachten en incidenten
  • Input van interne audits
  • Protocollen uit het kwaliteitshandboek
  • Tevredenheidsonderzoeken (cliënt, medewerker, keten)
  • Dossiers (cliënt, personeel, contracten)
  • Jaarplan en directiebeoordeling
  • Kwartaalrapportages
  • Leveranciersbeoordeling

Per rol, en wat dat in een gezinshuis betekent

De auditagenda is opgebouwd rond functies. In een grote organisatie zitten daar vijf verschillende mensen achter. Bij jou waarschijnlijk één of twee. De rollen verdwijnen daarmee niet, ze komen alleen allemaal bij dezelfde persoon terecht.

Rol op de agendaWat de auditor opvraagtIn een gezinshuis
DirecteurJaarplan, directiebeoordeling, kwartaalrapportages, beleidsnotitiesDat ben jij. Een kwartaalrapportage hoeft bij jou geen managementrapportage te zijn: een korte terugblik per kwartaal op plaatsingen, incidenten en je doelen is genoeg, zolang je hem echt maakt.
ManagerRegioplan, jaarplan, opleidingsplan, productiecijfers en overzichten, verslagen van functioneringsgesprekken, RI&EEr zit geen managementlaag tussen. Het opleidingsplan, de RI&E en het jaarlijkse gesprek met je medewerker of partner liggen bij jou, en de auditor stelt die vragen dus ook aan jou.
PersoneelsfunctionarisPersoneelsdossiers, opleidingsplanOok jij. Per persoon een dossier: VOG, diploma's, referenties, contract, scholing. Vergeet jezelf en je meewonende partner niet, want die vallen er net zo goed onder.
KwaliteitsfunctionarisPlanning en verslagen van interne audits, klachtenregistratie, BHV-planMeestal opnieuw jij, ook als je de interne audit door iemand van buiten laat doen. Een leeg klachtenregister is geen probleem, zolang je kunt laten zien hoe je klachten zou vastleggen als ze binnenkomen.
Medewerker primair procesRegistratie van kritische processen (medicatieverstrekking, termijnbewaking), verslag van de ontruimingsoefening, agressieprotocol, notulen van het teamoverlegDit is je dagelijkse werk in de woonkamer. Aftekenlijsten voor medicatie, de brandoefening die je met de jeugdigen hebt gedaan, hoe je handelt bij agressie, en het overleg dat je met je partner of medewerker voert.

Voorbereiden zonder te gaan blokken

De beste voorbereiding is het hele jaar door actief met je werk en je organisatie bezig zijn. Wil je in de week ervoor toch iets extra's doen, dan zijn dit de drie dingen die het meest opleveren: loop de verslagen van je recente overleg nog eens door en ga na of de gemaakte afspraken zijn nagekomen, controleer of je belangrijke dossiers en registraties zijn bijgehouden, en kijk of je die gegevens ook echt ergens voor gebruikt. Doe dat samen met de mensen met wie je werkt, niet alleen.

Aan het eind van de dag

Auditoren doen onderzoek, ze vellen geen oordeel. Aan het eind van de audit presenteren ze een samenvatting van hun bevindingen aan de leiding. Zijn er tekortkomingen gevonden, dan kun je daarop reageren en waar nodig verbeteringen aanbrengen. Op basis van de bevindingen én van jouw reactie daarop beslist de directie van de certificerende instelling of je het certificaat krijgt. De auditor die bij je aan tafel zit, beslist dat dus niet.

Na de audit: reageren op bevindingen

Een bevinding heet in auditrapporten vaak een "feit". Meestal noteert een auditteam er een paar. Daar moet je op reageren, en die reactie weegt zwaarder dan de bevinding zelf.

Drie praktische dingen om te weten. Reageer niet in stukjes maar in één keer, op alle feiten tegelijk. Meld zelf dat je reactie klaarstaat, want de certificerende instelling krijgt daar geen automatisch bericht van en kijkt niet elke dag of er iets gereed is. En verwijs naar bestanden die je meestuurt met een ondubbelzinnige verwijzing in het rapport, zodat het auditteam niet hoeft uit te zoeken bij welk feit een document hoort. Is je eerste reactie niet afdoende en is er een tweede ronde nodig, dan brengt de instelling daar extra kosten voor in rekening.

Kritisch of niet-kritisch. Bij kritische feiten moeten de maatregelen binnen drie maanden na de laatste auditdag doeltreffend zijn en het feit volledig oplossen, en daar moet je overtuigend bewijs voor overleggen. Lukt dat niet, dan is je certificaat in gevaar. Bij niet-kritische feiten wordt bij de eerstvolgende audit getoetst of je de maatregel echt hebt doorgevoerd. Staan er op de laatste auditdag nog vijf of meer kritische feiten open, dan is extra onderzoek nodig en worden die kosten doorbelast. Bij wettelijk verplichte certificatie ligt die grens al bij één kritisch feit.

Waarom de meeste reacties worden afgekeurd

Een reactie op een bevinding bestaat uit drie delen: een oorzaakanalyse, een omvanganalyse en de maatregelen die daaruit volgen. Bijna alle afgekeurde reacties struikelen over de eerste twee.

1. Oorzaakanalyse

Niet dezelfde afwijking in andere woorden, en niet het verhaal hoe het zover gekomen is. Je zoekt de factor die, als je hem wegneemt, ervoor zorgt dat de afwijking niet meer voorkomt. Zoek die factor bij voorkeur zo hoog mogelijk in de organisatie. "Vergeten" en "niet aan gedacht" zijn geen oorzaken.

2. Omvanganalyse

Ga na of dit of iets vergelijkbaars zich ook voordoet in andere dossiers, activiteiten of locaties, zodat duidelijk wordt hoe breed je verbeterplan moet zijn. Je mag concluderen dat het bij dit ene geval bleef, maar dan licht je toe hóe je dat hebt onderzocht.

3. Maatregelen

Die volgen rechtstreeks uit de twee analyses. Ze nemen de oorzaak weg én herstellen de gevolgen. Elke maatregel schrijf je SMART op, met een opleverdatum erbij.

Een voorbeeld uit een gezinshuis

Stel dat de auditor het volgende feit noteert: "In het dossier van één jeugdige ontbreekt de halfjaarlijkse evaluatie van het hulpverleningsplan."

Zo wordt hij afgekeurd
  • Oorzaak: het was een drukke periode, ik ben er niet aan toegekomen.
  • Omvang: dit ene dossier.
  • Maatregel: de evaluatie wordt alsnog gedaan.

Druk is geen oorzaak maar een omstandigheid; neem je hem weg, dan gebeurt het volgend jaar opnieuw. De omvang is niet onderzocht maar aangenomen. En de maatregel herstelt alleen het gevolg, zonder datum en zonder iets dat herhaling voorkomt.

Zo wel
  • Oorzaak: we bewaken evaluatiedata nergens centraal. De termijn staat alleen in het hulpverleningsplan zelf, en dat document kijken we niet periodiek na. Daardoor is het opmerken van een naderende evaluatie afhankelijk van geheugen.
  • Omvang: we hebben alle vier de lopende dossiers nagelopen op evaluatiedatum. Bij twee was de evaluatie op tijd gedaan, bij één stond hij over drie weken gepland, bij één ontbrak hij (het genoteerde feit). Het is dus geen incident maar een gat in onze bewaking dat toevallig één keer is uitgekomen.
  • Maatregelen:(1) de ontbrekende evaluatie uitgevoerd en met de voogd besproken, uiterlijk twee weken na de audit; (2) de evaluatiedata van alle dossiers in één termijnoverzicht gezet, uiterlijk vier weken na de audit; (3) "termijnen dossiers" als vast agendapunt in ons maandelijkse overleg, vanaf de eerstvolgende keer; (4) drie maanden na de audit zelf een steekproef op twee dossiers om te controleren of het werkt, met de datum erbij.

Het verschil zit niet in meer woorden. Het zit erin dat je laat zien dat je hebt gekeken hoe breed het probleem is, en dat je iets verandert waardoor het niet opnieuw kan gebeuren. Meer over de bevindingen waar kleine zorgaanbieders het vaakst op vallen staat in de gids over audit-afwijkingen.

Alle termijnen op een rij

WanneerWat er dan moet gebeuren
Ongeveer 3 maanden voor de eerste auditdagDe certificerende instelling vraagt de informatie op die het auditteam nodig heeft om zich voor te bereiden.
Uiterlijk 2 maanden voor de eerste auditdagDie informatie moet binnen zijn. Eventueel mag één stuk later volgen, bijvoorbeeld als het nog in conceptvorm is.
Ongeveer 3 weken voor elke auditdagJe ontvangt de voorgenomen agenda, met de normparagrafen waarop wordt getoetst. Staat er iets in dat niet of moeilijk uitvoerbaar is, dan meld je dat per omgaande.
Minimaal 3 weken tussen de eerste en de volgende auditdagGeldt bij een meerdaagse initiële audit en bij de driejaarlijkse herbeoordeling, zodat verbeteracties van dag één al beoordeeld kunnen worden. Niet bij eendaagse audits.
Direct na elke auditdagJe mag meteen reageren op de afwijkingen die het auditteam heeft genoteerd. Je kunt met het team afspreken dat het daar tussentijds op terugkomt.
Binnen 4 weken na de laatste auditdagHeb je al een certificaat, dan reageer je binnen die termijn in het online auditrapport.
Binnen 3 maanden na de laatste auditdagKritische feiten moeten aantoonbaar en volledig zijn opgelost, met overtuigend bewijs. Lukt dat niet, dan is het certificaat in gevaar.
Binnen 3 maandenJe verbeterplan moet erin voorzien dat alle afwijkingen en hun gevolgen organisatiebreed zijn hersteld en dat herhaling wordt voorkomen.
Binnen 6 maanden na de eerste auditdagBij een eerste certificering moet de hele audit, inclusief de beoordeling van je verbeteracties, zijn afgesloten. Lukt dat niet, dan wordt je systeem opnieuw beoordeeld, met extra kosten.
Uiterlijk op de einddatum van je certificaatDe driejaarlijkse herbeoordeling moet volledig afgerond zijn, inclusief de verlenging van de certificatieperiode. Begin je er te laat aan, dan worden de reactietermijnen korter.

Termijnen zoals het Keurmerkinstituut ze hanteert voor systeemaudits. Andere certificerende instellingen kunnen afwijken.

Eerlijk gezegdDeze gids gaat over het verloop en de termijnen, niet over wat een audit kost. Dat is bewust: van de ruim twintig partijen die wij bekeken publiceert vrijwel niemand een tarief voor een audit, dus elk bedrag dat wij hier zouden noemen zou een gok zijn. Wat er wél openbaar is, hebben we verzameld in de gids over wat een kwaliteitssysteem kost. Vraag je eigen instelling om een offerte voordat je ergens vanuit gaat.

Bronnen

De termijnen, de documentenlijsten en het model van oorzaak, omvang en maatregel in deze gids komen uit drie voorlichtingsbladen van het Keurmerkinstituut, in eigen woorden weergegeven:

  • Keurmerkinstituut, Doorlooptijden en reactietermijnen bij systeemaudits (PO02h, 2021)
  • Keurmerkinstituut, Als u wordt geïnterviewd bij een audit, met de bijlage Toegang tot informatie tijdens interviews (PO03e, 2014)
  • Keurmerkinstituut, Reageren op de bevindingen van systeemaudits (PO02g, 2014)

Alles klaar hebben liggen als de auditor belt

Het lastige aan die informatie-uitvraag twee maanden vooraf is niet de vraag, maar het bij elkaar zoeken. ISO Assist houdt je documenten, je jaarcyclus, je klachten en incidenten en je personeelsdossiers op één plek bij, het hele jaar door. Als de uitvraag komt, stuur je door wat er al ligt.

Veelgestelde vragen

Hoe verloopt een externe audit?

In drie fasen. Vooraf vraagt de certificerende instelling ongeveer drie maanden voor de eerste auditdag de informatie op die het auditteam nodig heeft, en ongeveer drie weken vooraf krijg je de agenda. Op de auditdag zelf toetst de auditor via interviews en inzage in registraties of de praktijk overeenkomt met wat je hebt beschreven, en aan het eind van de dag presenteert hij een samenvatting van zijn bevindingen. Daarna reageer je op die bevindingen met een oorzaakanalyse, een omvanganalyse en SMART-maatregelen. Deze opbouw en de bijbehorende termijnen staan beschreven in de voorlichtingsbladen van het Keurmerkinstituut over systeemaudits.

Wanneer moet ik de gevraagde informatie voor de audit aanleveren?

Het Keurmerkinstituut vraagt de informatie ongeveer drie maanden voor de start van de audit op, en in het algemeen moet die twee maanden voor de eerste auditdag binnen zijn. Eventueel kan één stuk worden nagestuurd, bijvoorbeeld als het nog in conceptvorm is. Lever je iets niet elektronisch aan, dan moet dat in evenveel exemplaren als er auditteamleden zijn. Andere certificerende instellingen hanteren hun eigen termijnen.

Wanneer krijg ik de agenda van de audit?

Ongeveer drie weken voor iedere auditdatum ontvang je de voorgenomen agenda. Daarin staan ook de normparagrafen waarop wordt getoetst, dus het is meteen je beste voorbereidingsdocument. Bevat de agenda onderdelen die niet of moeilijk uitvoerbaar zijn, dan meld je dat per omgaande.

Mag ik me tijdens een auditinterview laten bijstaan?

Ja. Je mag je laten bijstaan door een collega of een adviseur. Die persoon mag niet in jouw plaats antwoorden, maar mag je wel helpen de vragen beter te begrijpen en vergissingen voorkomen. Weet je zelf iets even niet, dan mag je altijd iets opzoeken in je handboek of procedures.

Welke documenten vraagt een auditor op tijdens de audit?

Onder meer verslagen van overlegvormen, klachten en incidenten, input van interne audits, protocollen uit het kwaliteitshandboek, tevredenheidsonderzoeken onder cliënten, medewerkers en de keten, dossiers van cliënten, personeel en contracten, het jaarplan en de directiebeoordeling, kwartaalrapportages en de leveranciersbeoordeling. Per rol wordt daar gericht uit gekozen: bij de directeur het jaarplan en de directiebeoordeling, bij de kwaliteitsfunctionaris de planning en verslagen van interne audits, de klachtenregistratie en het BHV-plan, en bij een medewerker in het primaire proces de registratie van kritische processen, het verslag van de ontruimingsoefening, het agressieprotocol en de notulen van het teamoverleg. In een gezinshuis komen die rollen meestal bij dezelfde persoon uit.

Hoeveel tijd heb ik om op audit-bevindingen te reageren?

Heb je al een certificaat, dan reageer je binnen vier weken na de laatste auditdag in het online auditrapport. Je verbeterplan moet erin voorzien dat de afwijkingen en hun gevolgen binnen drie maanden organisatiebreed zijn hersteld. Bij kritische feiten moeten de maatregelen binnen drie maanden na de laatste auditdag doeltreffend zijn en het feit volledig oplossen, met overtuigend bewijs. Bij niet-kritische feiten wordt de implementatie getoetst tijdens de eerstvolgende audit.

Wat is een goede reactie op een auditbevinding?

Een reactie bestaat uit drie delen. De oorzaakanalyse benoemt de factor die, als je hem wegneemt, ervoor zorgt dat de afwijking niet meer voorkomt; een herhaling van de afwijking in andere woorden of 'niet aan gedacht' is niet afdoende. De omvanganalyse laat zien of hetzelfde ook in andere dossiers, activiteiten of locaties speelt, en als je concludeert dat het een incident betrof, licht je toe hoe je dat hebt onderzocht. De maatregelen volgen rechtstreeks uit die analyses, nemen zowel de oorzaak weg als de gevolgen, en zijn SMART beschreven met een opleverdatum.

Wat gebeurt er als ik een reactietermijn mis?

Het overschrijden van een reactietermijn kan gevolgen hebben voor het vervolg van de audit en voor de kosten. Bij een eerste certificering moet de audit inclusief de beoordeling van je verbeteracties binnen zes maanden na de eerste auditdag zijn afgesloten; lukt dat niet, dan moet je managementsysteem opnieuw worden beoordeeld. De driejaarlijkse herbeoordeling moet uiterlijk op de einddatum van je certificaat volledig zijn afgerond, en begint die te laat, dan worden de reactietermijnen korter.